Slapen op een hartslag
"Hoe één draagzak, eindeloos geduld en een nieuwe opvang het verschil maakten." Dit is een gast blog geschreven door een van onze ouders.
Slapen. Voor sommige kinderen vanzelfsprekend, voor anderen een eindeloze worsteling. Als ouder kun je je machteloos voelen wanneer niets lijkt te helpen. Dit is het verhaal van mijn zoon Thijs – een jongen die volgens de opvang een ‘moeilijke slaper’ was, maar die eigenlijk iets heel anders nodig had.
De eerste opvang
Mijn zoon Thijs, nu anderhalf jaar oud, kon als baby maar moeilijk in slaap komen. Wiegen, wandelen, aaien, zingen, met rust laten: niets hielp. Alleen in de draagzak kon hij slapen.
Thuis was dat geen probleem. Mijn man of ik droegen hem in een draagzak en dan sliep hij prima. Voor ons was dat vanzelfsprekend: een baby heeft warmte en nabijheid nodig. Veiligheid om te kunnen slapen komt van een persoon, niet van een koud bed in een stille kamer.
Maar op de kinderopvang – een degelijke, middelgrote opvang in het midden van het land – zagen ze dat anders. De begeleiders (die allemaal aangesproken werden met “juf”) wilden Thijs niet dragen. En als ze het al zouden willen, konden ze het gewoon niet: twaalf kinderen levend houden, een strak dagschema, rapporteren in de ouderapp. Begrijpelijk. Pijnlijk.
Voor de juffen was Thijs al snel een ‘moeilijke slaper’. Voor ons niet. En daar zat de kloof.
Uitzichtloos
Steeds opnieuw legden we uit dat het thuis wél goed ging, zolang we hem droegen. Maar de opvang wilde hun aanpak niet aanpassen. En wij die van ons ook niet.
Dus bleef Thijs op de opvang een moeilijke slaper. Zijn humeur leed eronder. Hij huilde veel, wilde alleen maar vastgehouden worden en viel vaak uitgeput op schoot in slaap bij één van de vele stagiaires.
Dit was niet waar wij naar op zoek waren. Langzaam groeide het besef: dit is niet de plek voor Thijs.
Een nieuwe plek
Toen stapten we over naar Sudbury Kinderopvang Amersfoort.
Die eerste dag vond ik enorm spannend. Ik had Yoni al gewaarschuwd bij de intake: dat Thijs constant huilde, veel gedragen moest worden en echt nooit in een bedje sliep. Ik hield mijn telefoon in de aanslag, klaar om hem weer op te halen. En een uur later kreeg ik inderdaad een berichtje.
Een foto. Thijs, slapend in de draagzak bij Zara.
Ze had precies aangevoeld wat hij nodig had: liefde, geborgenheid, de warmte van een trui en een kloppend hart.
Gezien worden
Een paar dagen later haalde ik Thijs opnieuw op. Hij lag te slapen. Niet in een bedje, maar op een stretcher op de groep. Yoni zat naast hem en aaide zacht door zijn haren. “Hij wilde niet slapen,” zei ze, “dus ben ik gewoon bij hem blijven zitten.”
En maanden later: het grote moment. Gerdien kreeg Thijs in een echt bedje in slaap. Na een half uur werd hij wakker. Ze pakte hem op, hield hem vast, en toen hij weer in slaap viel, legde ze hem voorzichtig op de bank. En daar sliep hij verder.
Ik kon wel juichen.
Hoe Thijs tot slapen kwam
Zara, Yoni, Gerdien en de anderen – ze zien Thijs. Ze zien zijn behoeften, zijn verlangens. En ze geven hem wat hij nodig heeft: liefde, nabijheid en eindeloos geduld.
Ieder kind heeft het nodig om gezien te worden. Dat er geluisterd wordt. Wat het dan vervolgens nodig heeft, verschilt per kind. Voor Thijs is het vooral: knuffels, warmte en iemand die blijft.
Door te kiezen voor een opvang die kinderen ziet als gelijkwaardig en naar ze luistert, hebben wij de beste keuze gemaakt. Voor ons gezin. Voor Thijs.
Thijs wás een moeilijke slaper. Maar eigenlijk was hij gewoon een kind dat gezien wilde worden.


